Een marathon, wat leuk! Moet je doen!

Het is de reactie waar iedereen, met welk initiatief ook, op hoopt: “Goh, wat leuk! Dat moet je doen!”. De praktijk is vaak anders. Helaas…

Stok achter de deur

Sinds ik me heb ingeschreven, als de eerste stap, voor de marathon van Amsterdam vertel te pas en te onpas dat ik dus een marathon ga lopen. Ook niet eens het voornemen om ‘m te lopen communicerend – nee, gelijk het voldongen feit op tafel plempen.

In de voltooid toekomende tijd; ik heb immers controle over mijn eigen toekomst. Voor mijn gevoel heb ik ‘m al gelopen en alle trainingsellende doorstaan.

Het is wellicht om dezelfde reden dat ik deze blogs schrijf. En de reden dat ik me al heb ingeschreven voor een marathon terwijl ik nog geen 5 kilometer kan lopen zonder pijn in mijn kuiten?

Twijfel. Het is een soort twijfel. Waarvoor ik bevestiging zoek. En uit die bevestiging put ik de kracht en inspiratie.  Ik herinner me nog dat ik in 2000 voor mezelf had besloten dat ik voortaan als zelfstandig professional door het leven zou gaan. Tjonge, wat heeft dat een overredingskracht gekocht. Uiteindelijk was het in 2001 zover, voor het thuisfront ‘om‘ was.

Maar goed, nu vraag ik niet eens om een reactie, althans niet verbaal, maar toch zijn het vooral die mooie motiverende reacties, waar ik hoop uit put. Je moet toch wat, is het niet?

Hardlopers zijn doodlopers

Bij de meeste reacties moet ik weer denken aan hoe mijn moeder, mijn bloedeigen moeder, over hardlopers dacht. “Hardlopers zijn doodlopers”, zei ze altijd. En dat meende ze echt. In mijn jeugd wilde ik al een marathon lopen, het is er nooit van gekomen. Rara hoe dat kan. De marathon begint meer en meer op een metafoor voor het leven te lijken. Scary!

Enfin, een paar van de reacties:

Zij: “Nee! Jij ook al!“, ik: “En bedankt voor het unieke karakter van deze boodschap”

Zij: “Doe normaal, je zit in je mid-life crisis.” Ik: “Werkelijk?  :)”

Zij: “Als je maar niet zo’n magere spijker wordt.” Ik: “Nee, een hardloper met een zwemband is een prettig aanblik” (wijzend op mijn horeca spoiler)

Hij: “Zonde van je tijd, ik dacht dat je het druk had…” Ik: “Het is juist de bedoeling dat ik tijd en energie ….” Ik zie het al, het heeft geen zin met argumenten te komen.

Zij: “Hardlopen is slecht voor je lijf.” Hier komt een hele riedel aan nadelen achteraan: iets met cortisol (Joost mag weten wat dat is), knieën, gewrichten algemeen, hart, voeten, concentratie vermogen en je nachtrust. Ik ontken ze allemaal.

Zij: “Als je maar niet dood neervalt“. Ik zwijg maar. Deze reactie komt snoeihard binnen. Niet als een rechtse van Regilio Tuur in betere tijden. Hij komt van eigen meisje, Lobke. Ze meent het serieus. Overigens reageerde ik in werkelijkheid natuurlijk een stuk minder ad rem, maar van deze reactie schrik ik echt. Het is dezelfde reactie als die van mijn moeder.

Bewijslast

Kennelijk valt er echt iets te bewijzen. Het voelt echt zoals in 2000. Toen moest ik bewijzen dat ik als zelfstandig ondernemer de kost kon verdienen.

Ook nu zie ik het als een uitdaging (en een taak, maar dat is een persoonlijke afwijking) om te bewijzen dat hardlopen echt iets is. Dat het mij kan helpen, maar anderen ook.

Wellicht is dat de werkelijke drive achter deze blog. Het zoeken naar bewijs. Het bewijs dat ik niet eerder doodga als ik hardloop.

Positief

Gelukkig zijn er ook positieve reacties, al zijn ze op één hand te tellen. Ze komen van andere hardlopers die ik tref. “Goh, wat leuk! Moet je doen!” Iedereen wil zelfs wel een keer een rondje lopen.

Het is toch een gezelligheidsport, dat hardlopen.