Slachtoffer van de continuïteitsparadox

Op deze plek vertelde ik laatst dat ik gedumpt was. Door een grote klant. Lang heb ik na moeten denken hoe ik de reden voor mijn ‘ontslag’ in één woord kon vangen. En jawel, ik ben eruit. Ik ben aan de kant gezet vanwege de continuïteitsparadox. Kent u die uitdrukking? zou dominee Gremdaat vragen.

 

De continuïteitsparadox. Ik weet niet eens of dat woord wel bestaat. En qua scrabble heb je er ook niets aan, want hij bestaat uit twintig karakters en zoals je weet is het scrabblebord vijftien vakjes breed en vijftien vakjes lang. Hij past dus niet op het bord. Eigenlijk past ‘ie nergens, daarvoor is het nu juist een paradox. En ik zit er maar mooi mee.

Blog-5 continuiteit

De paradox werkt als volgt: grote bedrijven werken liever niet met zzp’ers. Of ZP’ers, zelfstandige professionals. Of Z’ers, zelfstandigen. Want, zo denkt de directeur met z’n 2.000 man personeel; de freelancer draagt een continuïteitsrisico met zich mee. Als de éénpitter morgen onder de trein komt, dan is er niemand die dat probleem wel even voor de directeur oplost. Dus is het inzetten van zelfstandigen een risico. Maar hoe ziet de directeur dat bij zijn eigen personeel? Hoezo is daar veel minder sprake van continuïteitsrisico?

Ergens klopt er iets niet. Met freelancers kun je langlopende contracten afsluiten. Van wel twee jaar als daar behoefte aan is. Of twintig, van mijn part. Het eigen personeel heeft een opzegtermijn van een maand. Veel meer risico dus.

Ja, zegt de directeur, als ik in zee ga met een groot bedrijf en een cruciale kracht stapt op, dan zorgt de klant wel voor een goede opvolger. Hij hoeft dan niet op zoek naar een andere partij. Daar zit wat in. Maar dan maak ik graag een sprongetje naar het fenomeen flexibiliteit. Als de directeur wil dat er op zaterdag, wordt gewerkt, of dat alles over een andere boeg wordt gegooid, zegt de freelancer ja. Het personeel van de grote klant heeft te maken met arbeidstijdenwetgeving en cao’s. Zo mag je als werknemer maar een paar uur achter elkaar werken in Nederland, dan moet je verplicht een half uur vrij nemen. Dreig je langer dan vier uur achter elkaar te werken, dan moet er snel een koffiepauze ingelast worden. Er is echter een uitzondering: dit alles geldt niet voor zelfstandig ondernemers. Echt niet, kijk ’t maar na. Ach, en dan heb ik het nog niet eens over de door de oude zuilen, als de vakbeweging, bevochten zondagsrust.

Dus de directeur mag tegen de freelancer zeggen: je werkt 12 uur per dag, het hele weekend, zonder koffie en lunchflauwekul, dat doe je maar in je eigen tijd. De directeur mag zelfs zeggen: dit blijf je 20 jaar voor mij doen. Dit laatste natuurlijk alleen als aan een aantal door onze overheid opgestelde voorwaarden wordt voldaan, zoals duidelijk verwoord in de inmiddels ten grave gedragen VAR en ten heden in de wet DBA, die natuurlijk louter de oude zuilen en de vergankelijke zekerheden van de resultaten uit het verleden zo lang mogelijk proberen te rekken. Wetgeving overigens die het paradoxale karakter in genoemde continuïteitsparadox zeer zeker van een mooie voedingsbodem voorzien.

Het akelige treinscenario kan hij ondervangen door te eisen van de freelancer dat hij zijn kennis deelt en met verschillende partijen gaat samenwerken. En alles kan zo flexibel als wat.

Ik heb dit verhaal natuurlijk ook willen vertellen tegen de directeur die mij de zak gaf. Maar toen ik zijn secretaresse belde, bleek dat de goede man voor vier weken met vakantie was. En al die tijd is hij onbereikbaar. Víer weken! Over continuïteit gesproken. Een freelancer gaat nooit vier weken met vakantie. Hooguit vier dagen. En dan is hij toch 24 uur per dag bereikbaar. Zonder pauzes, uiteraard.